FLEMENKÇE & TÜRKÇE DERS FLEMENKÇE « YAZILI DERSLER Hollandaca Aynı listenin alfabetik sıralanmış hali

Hollandaca Aynı listenin alfabetik sıralanmış hali

Hollandaca Aynı listenin alfabetik sıralanmış hali

 
  • 0 Oy - 0 Ortalama
 
Sahin
Forum Kurucusu
857
14-02-2016:12:53
#1
Hollandaca Aynı listenin alfabetik sıralanmış hali:


bakken bakte, bakten heeft gebakken fırında pişirmek
beginnen begon, begonnen is begonnen başlamak
begrijpen begreep, begrepen heeft begrepen anlamak
beschrijven beschreef, beschreven heeft beschreven tarif etmek
bespreken besprak, bespraken heeft besproken tartışmak, görüşmek
bewegen bewoog, bewogen heeft bewogen hareket etmek
bezoeken bezocht, bezochten heeft bezocht ziyaret etmek
bidden bad, baden heeft gebeden dua etmek
bieden bood, boden heeft geboden sunmak/teklif etmek
binden bond, bonden heeft gebonden bağlamak
blijken bleek, bleken is gebleken görünmek/gözükmek
blijven bleef, bleven is gebleven kalmak
breken brak, braken heeft gebroken kırmak
brengen bracht, brachten heeft gebracht getirmek
buigen boog, bogen heeft gebogen eğilmek
denken dacht, dachten heeft gedacht düşünmek
doen deed, deden heeft gedaan yapmak
dragen droeg, droegen heeft gedragen taşımak
drinken dronk, dronken heeft gedronken içmek
eten at, aten heeft gegeten yemek
gaan ging, gingen is gegaan gitmek
genezen genas, genazen is genezen iyileşmek
genieten genoot, genoten heeft genoten zevk almak
geven gaf, gaven heeft gegeven vermek
hangen hing, hingen heeft gehangen asmak
hebben had, hadden heeft gehad sahip olmak
helpen hielp, hielpen heeft geholpen yardım etmek
heten heette, heetten heeft geheten denmek/çağrılmak
houden hield, hielden heeft gehouden tutmak
kiezen koos, kozen heeft gekozen seçmek
kijken keek, keken heeft gekeken seyretmek/bakmak
komen kwam, kwamen is gekomen gelmek
kopen kocht, kochten heeft gekocht satın almak
krijgen kreeg, kregen heeft gekregen almak/elde etmek
kunnen kon, konden heeft gekund yapabilmek/edebilmek
lachen lachte, lachten heeft gelachen gülmek
laten liet, lieten heeft gelaten bırakmak
lezen las, lazen heeft gelezen okumak
liegen loog, logen heeft gelogen yalan söylemek
liggen lag, lagen heeft gelegen yatmak/uzanmak
lijken leek, leken heeft geleken gözükmek/görünmek
lopen liep, liepen heeft/is gelopen yürümek
moeten moest, moesten heeft gemoeten zorunda olmak
mogen mocht, mochten heeft gemogen -e/-abilmek (izin belirtir)
nemen nam, namen heeft genomen almak
ontbijten ontbeet, ontbeten heeft ontbeten kahvaltı etmek
ontbreken ontbrak, ontbraken heeft ontbroken bulunmamak
overlijden overleed, overleden is overleden ölmek
raden raadde, raadden heeft geraden tahmin etmek
rijden reed, reden heeft/is gereden sürmek
roepen riep, riepen heeft geroepen çağırmak
ruiken rook, roken heeft geroken koklamak
scheren schoor, schoren heeft geschoren traş olmak
schieten schoot, schoten heeft geschoten vurmak/ateş etmek
schijnen scheen, schenen heeft geschenen görünmek/parlamak
schrijven schreef, schreven heeft geschreven yazmak
schrikken schrok, schrokken is geschrokken korkmak
slaan sloeg, sloegen heeft geslagen vurmak
slapen sliep, sliepen heeft geslapen uyumak
sluiten sloot, sloten heeft gesloten kapatmak
snijden sneed, sneden heeft gesneden kesmek
spreken sprak, spraken heeft gesproken konuşmak
springen sprong, sprongen heeft gesprongen atlamak
staan stond, stonden heeft gestaan (ayakta) durmak
steken stak, staken heeft gestoken saplamak
sterven stierf, stierven is gestorven ölmek
stinken stonk, stonken heeft gestonken kokmak/kokuşmak
trekken trok, trokken heeft getrokken çekmek
vallen viel, vielen is gevallen düşmek
vangen ving, vingen heeft gevangen yakalamak
vechten vocht, vochten heeft gevochten kavga etmek
verbieden verbood, verboden heeft verboden yasaklamak
verbinden verbond, verbonden heeft verbonden birleştirmek
verdwijnen verdween, verdwenen is verdwenen yok olmak
vergelijken vergeleek, vergeleken heeft vergeleken karşılaştırmak
vergeten vergat, vergaten (is/)heeft vergeten unutmak
verkopen verkocht, verkochten heeft verkocht satmak
verliezen verloor, verloren (is/)heeft verloren kaybetmek
verstaan verstond, verstonden heeft verstaan anlamak
verwijzen verwees, verwezen heeft verwezen -den sözetmek, ilgili olmak
vinden vond, vonden heeft gevonden bulmak
vragen vroeg, vroegen heeft gevraagd sormak
wassen waste, wasten heeft gewassen yıkamak
wegen woog, wogen heeft gewogen tartmak
weten wist, wisten heeft geweten bilmek
wijzen wees, wezen heeft gewezen işaret etmek
 
willen wou/wouden heeft gewild istemek
winnen won, wonnen heeft gewonnen kazanmak
worden werd, werden is geworden olmak/haline gelmek
zeggen zei, zeiden heeft gezegd söylemek
zenden zond, zonden heeft gezonden göndermek
zien zag, zagen heeft gezien görmek
zijn was, waren is geweest olmak
zingen zong, zongen heeft gezongen şarkı söylemek
zitten zat, zaten heeft gezeten oturmak
zoeken zocht, zochten heeft gezocht aramak
zullen zou, zouden - -ecek/-acak
zwemmen zwom, zwommen heeft gezwommen yüzmek

ÖM ile soru cevaplamiyoruz! Forum'a yazın cevaplardan herkes yararlansın!
Sahin
14-02-2016:12:53 #1

Hollandaca Aynı listenin alfabetik sıralanmış hali:


bakken bakte, bakten heeft gebakken fırında pişirmek
beginnen begon, begonnen is begonnen başlamak
begrijpen begreep, begrepen heeft begrepen anlamak
beschrijven beschreef, beschreven heeft beschreven tarif etmek
bespreken besprak, bespraken heeft besproken tartışmak, görüşmek
bewegen bewoog, bewogen heeft bewogen hareket etmek
bezoeken bezocht, bezochten heeft bezocht ziyaret etmek
bidden bad, baden heeft gebeden dua etmek
bieden bood, boden heeft geboden sunmak/teklif etmek
binden bond, bonden heeft gebonden bağlamak
blijken bleek, bleken is gebleken görünmek/gözükmek
blijven bleef, bleven is gebleven kalmak
breken brak, braken heeft gebroken kırmak
brengen bracht, brachten heeft gebracht getirmek
buigen boog, bogen heeft gebogen eğilmek
denken dacht, dachten heeft gedacht düşünmek
doen deed, deden heeft gedaan yapmak
dragen droeg, droegen heeft gedragen taşımak
drinken dronk, dronken heeft gedronken içmek
eten at, aten heeft gegeten yemek
gaan ging, gingen is gegaan gitmek
genezen genas, genazen is genezen iyileşmek
genieten genoot, genoten heeft genoten zevk almak
geven gaf, gaven heeft gegeven vermek
hangen hing, hingen heeft gehangen asmak
hebben had, hadden heeft gehad sahip olmak
helpen hielp, hielpen heeft geholpen yardım etmek
heten heette, heetten heeft geheten denmek/çağrılmak
houden hield, hielden heeft gehouden tutmak
kiezen koos, kozen heeft gekozen seçmek
kijken keek, keken heeft gekeken seyretmek/bakmak
komen kwam, kwamen is gekomen gelmek
kopen kocht, kochten heeft gekocht satın almak
krijgen kreeg, kregen heeft gekregen almak/elde etmek
kunnen kon, konden heeft gekund yapabilmek/edebilmek
lachen lachte, lachten heeft gelachen gülmek
laten liet, lieten heeft gelaten bırakmak
lezen las, lazen heeft gelezen okumak
liegen loog, logen heeft gelogen yalan söylemek
liggen lag, lagen heeft gelegen yatmak/uzanmak
lijken leek, leken heeft geleken gözükmek/görünmek
lopen liep, liepen heeft/is gelopen yürümek
moeten moest, moesten heeft gemoeten zorunda olmak
mogen mocht, mochten heeft gemogen -e/-abilmek (izin belirtir)
nemen nam, namen heeft genomen almak
ontbijten ontbeet, ontbeten heeft ontbeten kahvaltı etmek
ontbreken ontbrak, ontbraken heeft ontbroken bulunmamak
overlijden overleed, overleden is overleden ölmek
raden raadde, raadden heeft geraden tahmin etmek
rijden reed, reden heeft/is gereden sürmek
roepen riep, riepen heeft geroepen çağırmak
ruiken rook, roken heeft geroken koklamak
scheren schoor, schoren heeft geschoren traş olmak
schieten schoot, schoten heeft geschoten vurmak/ateş etmek
schijnen scheen, schenen heeft geschenen görünmek/parlamak
schrijven schreef, schreven heeft geschreven yazmak
schrikken schrok, schrokken is geschrokken korkmak
slaan sloeg, sloegen heeft geslagen vurmak
slapen sliep, sliepen heeft geslapen uyumak
sluiten sloot, sloten heeft gesloten kapatmak
snijden sneed, sneden heeft gesneden kesmek
spreken sprak, spraken heeft gesproken konuşmak
springen sprong, sprongen heeft gesprongen atlamak
staan stond, stonden heeft gestaan (ayakta) durmak
steken stak, staken heeft gestoken saplamak
sterven stierf, stierven is gestorven ölmek
stinken stonk, stonken heeft gestonken kokmak/kokuşmak
trekken trok, trokken heeft getrokken çekmek
vallen viel, vielen is gevallen düşmek
vangen ving, vingen heeft gevangen yakalamak
vechten vocht, vochten heeft gevochten kavga etmek
verbieden verbood, verboden heeft verboden yasaklamak
verbinden verbond, verbonden heeft verbonden birleştirmek
verdwijnen verdween, verdwenen is verdwenen yok olmak
vergelijken vergeleek, vergeleken heeft vergeleken karşılaştırmak
vergeten vergat, vergaten (is/)heeft vergeten unutmak
verkopen verkocht, verkochten heeft verkocht satmak
verliezen verloor, verloren (is/)heeft verloren kaybetmek
verstaan verstond, verstonden heeft verstaan anlamak
verwijzen verwees, verwezen heeft verwezen -den sözetmek, ilgili olmak
vinden vond, vonden heeft gevonden bulmak
vragen vroeg, vroegen heeft gevraagd sormak
wassen waste, wasten heeft gewassen yıkamak
wegen woog, wogen heeft gewogen tartmak
weten wist, wisten heeft geweten bilmek
wijzen wees, wezen heeft gewezen işaret etmek
 
willen wou/wouden heeft gewild istemek
winnen won, wonnen heeft gewonnen kazanmak
worden werd, werden is geworden olmak/haline gelmek
zeggen zei, zeiden heeft gezegd söylemek
zenden zond, zonden heeft gezonden göndermek
zien zag, zagen heeft gezien görmek
zijn was, waren is geweest olmak
zingen zong, zongen heeft gezongen şarkı söylemek
zitten zat, zaten heeft gezeten oturmak
zoeken zocht, zochten heeft gezocht aramak
zullen zou, zouden - -ecek/-acak
zwemmen zwom, zwommen heeft gezwommen yüzmek


ÖM ile soru cevaplamiyoruz! Forum'a yazın cevaplardan herkes yararlansın!

 
  • 0 Oy - 0 Ortalama
Bu konuyu görüntüleyen kullanıcı(lar):
 1 Ziyaretçi
Bu konuyu görüntüleyen kullanıcı(lar):
 1 Ziyaretçi